ANWB informatie: DAG 9 Wadi Rum – Aqaba. Reisafstand 70 km / Circa 1.0 uur onderweg
We verlaten de woestijn en kunnen het woestijnzand van ons afspoelen in het heldere water van de Rode Zee in de badplaats Aqaba. We verblijven in het luxe vijfsterrenhotel Mövenpick met eigen strand en een heerlijk zwembad.
Sinds 4000 voor Christus wonen er al mensen in Aqaba, er is dan ook genoeg te zien in de stad. Shoppen, langs de boulevard slenteren, naar de markt, je hoeft je niet te vervelen. Je hebt een prachtig uitzicht op de omliggende landen Israël, Saoedi-Arabië en Egypte.
Wake up is afgesproken om 7:30, maar ik ben dan al lang – of nog steeds – wakker. Rond een uur of 1 moet ik naar de WC en daar loop ik helemaal leeg. De maag voelde gisteravond beter, dus heb ik normaal mee gegeten: misschien was dat niet zo handig. Want het is nu duidelijk foute boel …… Als ik terug bij de tent kom is Ria ook wakker: ze heeft heel veel pijn en vraagt of ik wellicht naast de strikt noodzakelijke medicatie ook pijnstillers bij me heb. Ja dus: ibuprofen hoort voor mij inmiddels bij de basismedicijnen. Ze slikt er een en probeert de slaap weer te vatten, maar ik blijf de rest van de nacht heen en weer lopen naar de toiletten ….. Ria heeft met hulp van de ibuprofen gelukkig nog redelijk kunnen slapen en niets gemerkt van mijn gerommel. Om een uur of 6 slik ik loperamide: die hebben we gelukkig ook bij ons. Ik voel me nog niet echt lekker, maar het gaat al wel beter. Ontbijt beperk ik tot een paar droge broodjes. We overleggen met Paul over onze medische perikelen en die stelt voor dat we in elk geval de korte 2 uur trip doen en pas op het terugkeerpunt halverwege kijken of we het vol houden om ook de verlenging van nog eens 2 uur mee te rijden.






Zo gezegd zo gedaan: om 9 uur vertrekken we met 5 open 4WD’s de woestijn in. Zodra we het kamp uit het zicht verloren hebben rijden we door een buitenaards landschap. Niet voor niets zijn films als Star Wars, Lawrence of Arabia en recentelijk “the Martian” hier gedeeltelijk opgenomen. De afwisseling van gelige rots, geel en rood zand (dat niet mengt!) en scherpe hoge rotsen van zandsteen en basalt geeft echt de indruk van een andere planeet. Het is vandaag lekker weer: was de wind gisteren snijdend koud, nu is er bijna geen wind, beetje fris maar prima vol te houden. Het is licht bewolkt, zodat we ook niet wegbranden in de zon, die zich soms ook wel even laat zien en dan is het meteen heet.
Eerste stop is bij een hoge, een beetje holle rotswand. Muhammad laat horen dat die een geweldige echo heeft: elk snel en hard geluid komt na een halve seconde bijna net zo hard terug. Erg mooi verschijnsel dat je zelf niet zo snel zou ontdekken …..











Daarna stoppen we bij een duin met een strakke scheiding van geel en rood zand. Om een bepaalde reden (korrel-grootte) mengen die soorten niet. Het is een geweldige plek, waar we ook even van de stilte proberen te genieten – wat niet meevalt met deze gezellige en praatgrage groep.
Als we doorrijden passeren en maken we fotostops bij een rotsformatie die door de wind is uitgesleten tot het silhouet van een cruiseschip. Veel rotsformaties hebben door winderosie vreemde vormen gekregen, maar deze is echt snel herkenbaar. Dat weet de man met de kameel die er bij staat ook en hij laat zich – uiteraard tegen betaling – graag fotograferen.











De 2 uurs excursie gaat daar terug, maar zowel Ria als ik voelen ons goed genoeg om door te gaan. Gelukkig maar, want het vervolg is prachtig. We stoppen even bij een grot waar Lawrence of Arabia een tijd zou hebben gewoond, maar daar is weinig van te zien. Wel leuk: het is daar lekker warm en die temperatuur is er binnen het hele jaar. Overigens beweert onze documentatie dat het wellicht wel eens een heel andere grot zou kunnen zijn omdat de “echte” erg lastig te bereiken is.







Door het bizarre landschap verder rijdend passeren we grillige rotspartijen en verandert het landschap een beetje richting steppe met allerlei – uiteraard in november uitgedroogde – struikjes en opeens duikt een rotsboog op: een natuurlijk gevormde brug. De klauteraars onder ons klimmen erop, de rest maakt mooie plaatjes en gaat thee drinken bij het winkeltje dat daar is neergezet. Vriendelijke ontvangst en gemoedelijke sfeer. De thee wordt op de traditionele manier gemaakt: in een zwartgeblakerde ketel op een houtvuurtje. En uiteraard lopen er katten rond, daar wordt driftig mee gespeeld. In de buurt zijn ook schapenkeutels te zien, die we ook al eerder zagen. Er worden nog steeds schaapskuddes over deze eeuwenoude woestijnroute verplaatst en kraaien komen dan weer af op die keutels. We zien ook vaak kraaien hoog in de lucht cirkelen.





We vervolgen de rit maar al snel stopt de karavaan heel even. Een van de chauffeurs stapt uit, rent naar een struikje en plukt snel een paar takjes. Als we even later echt stoppen bij een komvormige hoge rotsformatie blijkt dat geen thee of kruid te zijn geweest, maar de ingrediënten voor een natuurlijke zeep. Hij plet de takjes op een rots, wrijft het tussen zijn handen en er ontstaat een groenige, crèmige substantie. Ruikt niet heel sterk maar wel fris. Op dezelfde plek zijn ook inscripties te zien die de Nabateeërs die hier langs trokken met hun karavanen tussen Palestina en Mekka hebben aangebracht. Die geven meestal een richting aan: hier lijken ze een pauzeplaats aan te duiden. Er zijn ook sporen van een oude bron waar de kamelen konden drinken. Hoog tegen de rotswand cirkelen de kraaien op de thermiek: het is hier niet moeilijk om je 2600 jaar terug in de tijd te verplaatsen.






We rijden terug richting kamp en passeren naast nog meer spectaculair landschap, een super-de-luxe accommodatie in de woestijn met deels doorzichtige “domes” met airco en een terrasje. Mooi, maar toch beetje vreemd futuristisch in dit landschap. Als we weer aankomen in het kamp is er een lunch waar ik ook alleen de broodjes van eet, maar ik voel me hetzelfde als vanmorgen, dus het wordt niet meer erger, ook niet na het gehobbel in de 4WD’s.














Na de lunch worden we op hoge snelheid naar de bus gebracht. Ria mag voor in de cabine zitten en heeft een leuk gesprek met de chauffeur, die zegt uit Qatar te komen en een dubbel paspoort te hebben. Later zal Muhammad dat sterk betwijfelen: hij probeerde waarschijnlijk te verklaren waarom hij met een Qatarees nummerbord rondreed in zijn dan goedkoop geïmporteerde auto. De bus zal ons vervolgens naar Aqaba brengen, waar we in een heel andere wereld terecht komen: de 5 sterren van het Mövenpick hotel. Onderweg maken we nog een stop bij een verlaten treinstation aan de “Hejaz-spoorlijn”. Die werd vanaf 1908 aangelegd om pelgrims per trein in plaats van per kameel tussen Medina en Damascus te kunnen vervoeren. Omdat de lokale bevolking daar niet blij mee was vanwege het verlies aan inkomsten, moest de lijn voortdurend zwaar beveiligd worden. Dat gebeurde vooral door Turkse militairen. In 1916 voerde Lawrence of Arabia, tijdens de Arabische opstand – die hij steunde – meerdere aanslagen uit op deze treinroute. Inmiddels is de lijn grotendeels buiten gebruik: alleen de trajecten tussen Amman en Damascus en tussen de fosfaatmijnen bij Ma’an naar de Golf van Aqaba zijn nog operationeel. Het oude materieel staat hier bij Wadi Rum station heel langzaam te vergaan ……
















Na het verlaten treinstation gaan we op weg naar Aqaba: op weg naar de 5-sterren luxe. Onderweg passeren we nog wat spectaculaire landschappen, maar al snel duiken de contouren van Aqaba en de Israëlische zusterstad Eilat op. Deze liggen tegen elkaar aan aan de Golf van Aqaba, een uitloper van de Rode Zee. Het Mövenpick hotel blijkt een enorm complex te zijn, dat via een loopbrug over de kustweg verbonden is met een strand. Het interieur ervan is zeer luxueus.























We eten vanavond met de hele groep in restaurant “Suzana”: volgens vele gidsen en websites en ook volgens onze begeleiders het beste restaurant van Aqaba. Het wordt een gezellige avond, ook al worden de mannen deze keer van de vrouwen gescheiden …..










