Dag 12 – donderdag 14-2: naar Lesotho

Vandaag een lange rit naar Lesotho: 442 km naar Malealea Lodge. We staan op tijd op (6:30), want de rit naar de volgende bestemming is lang. En de routebeschrijving geeft aan dat het laatste stuk wel lastig kan zijn.

Al helemaal ingepakt rijden we naar het ontbijt. De ontbijtzaal is door Thandi helemaal versierd in het kader van Valentijnsdag: bloemetjes op de tafels en speciale koekjes. We ontbijten deze keer stevig: de dag wordt lang. Als we vertrekken is het nog droog, maar wel zwaar bewolkt. De weg is ondanks de regen niet echt veel slechter geworden – maar ook niet beter, dus het kost wat tijd om de geasfalteerde wereld te bereiken.

De navigatie leidt ons door schitterende landschappen, helemaal als we het Golden Gate reservaat inrijden. De Panoramaroute opnieuw! Werkelijk schitterende rotspartijen met diepe kloven en heel bijzondere vormen. Levert prachtige foto’s, maar deze keer staat een en ander ook op film: de actioncam heeft alles opgenomen. Verder heel veel grootschalige landbouwbedrijven: zowel veeteelt als landbouw. We zien kuddes van honderden koeien in het zeer uitgestrekte landschap lopen.

We nemen de grensovergang “Peka Bridge”: het advies van de reisorganisatie. Dat blijkt prima: we zijn er in ee kwartier doorheen. En dan zitten we in Lesotho. Een hooggelegen land: als we er binnerijden zitten we al boven de 500 meter en daar komen we ook niet meer onder. Een compleet ander land dan Zuid-Afrika, dat duidelijk veel minder ver ontwikkeld is. Ezels, paarden en de benenwagen zijn naast tientallen taxi’s en busjes de belangrijkste transportmiddelen. Op de uitgestrekte weiden in het glooiende landschap zie je nauwelijks landbouw, maar heel veel kleine kudde’s koeien, geiten of schapen. Allemaal met een herder erbij in de kenmerkende Bashoto deken (het volk dat in Lesotho leeft).

Als we even stoppen voor lunch en Ria foto’s staat te maken van zo’n herder komt de oude man meteen op ons af. Hij gebaart honger te hebben, en we geven hem een van de boterhammen die hij dankbaar aanvaard. De wegen zijn redelijk, soms even matig maar het is allemaal goed te doen. Als we Maseru, de hoofdstad inrijden komen we echt in Afrikaanse chaos terecht. Er is bewegwijzering, maar die lijkt nergens op onze routebeschrijving. Alles en iedereen rijdt/loopt door elkaar, en langs elke weg staan kraampjes waar van alles verkocht wordt. Bij elke verkeersdrempel (waar je dus even langzaam rijdt) staan jongetjes zakjes met – meestal – druiven te verkopen. Het zijn er tientallen, vaak met 15 man op hetzelfde punt. Overal grote groepen scholieren in hun uniformen – dat is hier echt nog helemaal de gewoonte – en taxibusjes die langs de weg klanten afzetten en oppikken.

We weten door de stad te loodsen en komen weer op rustiger wegen. Het landschap is toch wel echt anders: groene, glooiende heuvels: niet echt hoge bergen. De velden worden wel doorsneden met diep uitgesleten geulen: soms zijn het ware mini canyons. En overal herders met hun kudde…. In het plaatsje Motsekuoa slaan we af naar de lodge. Volgens de routebeschrijving “32 km rijden over een weg van zeer wisselende kwaliteit”. Dat valt heel erg mee: die weg is kort geleden helemaal geasfalteerd en ligt er prachtig bij. Dan volgt deel twee: de weg over de “gateway to paradise”, een pas van 2010 meter hoog. Die weg is dramatisch slecht: door de vele wegen zijn er diepe groeven in uitgeslepen en is het zand tussen de vele (scherpe) keien compleet weggespoeld. Over de laatste 7 kilometer doen we bijna een uur, waarbij het soms echt tricky manoevreren is om de bodem niet op de keien te laten klappen. Geen lekker einde van een dag sturen door prachtige vergezichten….. Die zijn op de pas beperkt door de laaghangende wolken.

Tot overmaat van ramp begint het halverwege de pas ook nog te regenen, eerst zachtjes maar steeds harder. In de stormende regen komen we om kwart voor 6 aan. De receptie is al dicht, maar een van de opgetrommelde jongens brengt ons naar de rondavel. Gerard is kapot en is behoorlijk chagrijnig, Ria ziet – terecht – dat het een hele leuke ruimte is. We hebben die rondavel zelf bijgeboekt: de basis van de reis was een kamer in een soort barak. Dat blijkt een slimme actie, want in die barakken zit ook een nogal luidruchtige groep, en oze rondavel staat lager op het terrein op een rustige plek. Wel erg basic, maar alles is er inclusief een mooie kraantjespot met drinkwater.

In de net even iets minder stromende regen pakken we de auto uit en installeren ons. Wat opvalt zijn de teksten die soort eco-fanatisme uitstralen. Om 22 uur gaat de stroom eraf want alles draait op zonne-energie. Plasjes niet doorspoelen. Kort (je krijgt sterk het gevoel “liever niet”) douchen. Irriteert wel een beetje: je voelt je schuldig als je gewoon doortrekt…..

Om 19 uur kunnen we eten. Er is een groot centraal gebouw met een speelruimte, een bar en een restaurant. Alles is opgeleukt op een scouting-achtige manier: visitekaartjes in de speelhal, petjes in de bar, foto’s in eetzaal. Op zich leuk, maar het straalt wel een soort jeugdherberg gevoel uit. Dat wordt versterkt door de eetopstelling: lange tafels waar je aanschuift als je je bordje aan het buffet hebt gevuld met rijst, bonen, (lams?)vlees, een groentecurry en indien gewenst een soort kleine pompoen. Andere keuze’s zijn er niet, wijn halen in de bar a 25 rand per glas. Beetje karig allemaal. Na een half uur worden de toetje rondgedeeld (een overigens lekkere cheesecake) en kwart voor 8 is iedereen klaar.

Inmiddels stortregent het, en wordt duidelijk dat ook de volgende dag vooral regen zal brengen. We praten nog heel even na met een stel andere bezoekers die net als wij nogal teleurgesteld waren aangekomen, maar die hadden na een 3 dagen durende ponytrail het helemaal naar hun zin gehad. Klein probleem: dat zien wij ons niet doen….. Eigenlijk staat er in de – zeer overvloedige – documentatie weinig dat echt aanspreekt. We staan geboekt voor een rondleiding door een nabijgelegen dorpje, waar de organisatie van de lodge allerlei goeds voor doet. Er staan dan ook letterlijk overal “bedel”potten die vragen om een bijdrage voor van alles.

Eenmaal terug in de lodge kijken we elkaar nog eens goed in de ogen. De volgende rit is 560 kilometer, en die gaat dan beginnen met de door de regen waarschijnlijk nog beroerdere eerste 7 kilometer. Dat betekent heel vroeg weg, flink doorrijden en doodmoe aankomen. Alternatief: het heft in eigen handen nemen en al meteen de volgende morgen de eerste helft afleggen en zelf een accommodatie boeken. De kaart geraadpleegd: Burgersdorp ligt ongeveer op de helft en ziet eruit als een serieus plaatsje. Booking.com erbij: 4 locaties beschikbaar. Zetana Guesthouse ziet er prima uit. 9 uur geboekt, half 10 bevestigd. Helemaal tevreden slapen we om 10 uur met de wekker op 7 uur.