Dag 15 – zondag 17-2 – naar Addo Main Camp

Vandaag weer richting kuststrook: we rijden 342 km naar Addo Main Camp. De wekker gaat om 7 uur. De routine doet zijn werk: iets over 8 uur zitten we aan het ontbijt in de grote eetkamer van de farm. Een schitterend ingerichte ruimte met veel duidelijk antieke spullen. De gigantische tafel is alleen voor ons gedekt en we krijgen weer een heerlijk ontbijt voorgeschoteld. Muesli, yoghurt, sapje, koffie en eitje “plus”. We praten nog even na met de eigenaresse, betalen de rekening en iets over 9 gaan we op pad. We hebben besloten de optionele omweg over het uitzichtpunt “Desolation Peak” te laten zitten: we hebben al zoveel uitzichten gezien en het gaat toch anderhalf uur extra kosten…. We willen graag op tijd in Addo aankomen, zodat we daar eventueel nog wat zelf kunnen rondrijden, en bekijken wat we daar eventueel met een gamedrive gaan doen.

We rijden door de Karoo: heartland Zuid-Afrika. Leeg, droog en verlaten. Aanduidingen en namen van dorpjes veelal in het Afrikaans. Kleine stadjes met een beetje koloniaal aandoende huizen in het centrum, omringd door redelijk geordende townships. Het maakt allemaal een net wat minder armoedige indruk dan in het Oosten. We volgen een tijdlang de Zuid- Afrikaanse “route 66” namelijk de R63. Vroeger een belangrijke verbinding tussen Oost en West, maar door de aanleg van snelwegen langs de kust steeds minder belangrijk geworden. De weg is dan ook doodstil, helemaal omdat we hem op zondag rijden natuurlijk.

Rond 2 uur komen we in Addo aan. Inchecken gaat snel, en rond half 3 zitten we op het terras van onze rondavel. Die kijkt uit over een drinkplaats: met een beetje mazzel komen de dieren vanzelf naar je toe. Op dat moment hangt er een buffel rond die verveeld wat drinkt en rondwentelt. ook een paar warthogs komen even een kijkje nemen, maar het is met 27 graden eigenlijk veel te heet voor meer dieren.

Het is allemaal heel prima en professioneel geregeld. De rondavel heeft een koelkast (buiten, als extra bescherming tegen apen begrijpen we, maar die zien we niet), prima bedden, simpel maar doeltreffend sanitair en zelfs airco! Het is “self-catering” dus je kan zelf je kostje koken als je niet voor alles naar het grote restaurant toe wil. Wij besluiten in elk geval wel voor het avondeten te reserveren: dat blijkt later maar goed ook want het zit stampvol die avond. In het eveneens aanwezige winkeltje kopen we wat spullen voor ontbijt en lunch de volgende dag, en daarna willen we nog even in de eigen auto op pad.

Bij de snelle uitleg over het park en de openings- en sluitingstijden van de gates vertelde de receptionist – als hij hoort dat Ria vooral voor de grote katten komt – dat die vooral in het Zuidelijke deel van het park zitten. Daar gaan hun gamedrives niet naar toe: die richten zich op de olifanten die wel veelal in de Noordelijke helft rondlopen. Logisch, want dat gebied is veel struik-achtiger dan het zuiden.

Dat blijkt als we besluiten om zelf meteen die middag naar dat Zuidelijke gebied toe te rijden. Dat kan niet heen en weer: de gate voor gamedrive sluit om 18:30 en alleen al erheen rijden duurt een tot anderhalf uur. We vragen even na of een stout plannetje kan werken: gewoon naar beneden rijden, het park verlaten via de Zuidingang en dan “buitenom” terug naar de gate van het Main Camp. Die gaat namelijk pas om 22 uur dicht. Dat kan, en zo doe we het.

In het eerste deel zien we inderdaad niet heel veel meer dan bosjes, maar soms staan daar opeens kudu’s, zebra’s of olifanten tussen. Pas als we al bijna een uur op weg zijn wordt het landschap opener, en rond 5 uur staan we op een grote grasvlakte waar overal om ons heen dieren lopen te grazen. We parkeren de auto, en genieten van de aanwezigheid van zoveel wildlife. Het lijkt een ideale voedingsbodem voor leeuwen, en van een mede-kijker horen we dat die daar ook regelmatig worden gezien. We weten waar we morgen moeten zijn: en dan vroeg. Via de Zuid-gate verlate we het park rond 18:30, doen even een sanitaire stop bij de gate, en een snelle rit om het park heen (is toch wel weer 60 km) brengt ons rond 7 uur weer bij de rondavel. Het is al donker: de poel is verlaten.

We lopen naar het restaurant, eten daar prima en zijn rond half 10 weer terug. Nog wat keutelen en om 10 uur gaat het licht uit.