Dag 16 -dinsdag 19-2: naar Knysna

Vandaag van de echte wilde natuur van Addo naar Knysna: een redelijk mondaine badplaats volgens de voorinformatie, een rit van 324 km. We zijn om een uur of 7 allebei wakker: geen wekker voor nodig. Addo is self-catering, dus ons ontbijt hebben we gisteren al ingeslagen in het winkeltje. We eten rustig op ons terrasje, pakken in en rond half 9 checken we uit en gaan we op weg. We kunnen rustig aan doen: het zijn wel aardig wat kilometers, maar grotendeels snelweg.

Het eerste stuk is trouwens toch wel beroerd. We zijn net op weg als Gerard een grafmonument spot. Blijkt een ANC eerbetoon te zijn aan een aantal in de vrijheidsstrijd gesneuvelde zwarte afrikanen. Best mooi om te zien. Na een korte tijd rijden we de buitenwijken van Port Elisabeth binnen. Dit is de minst “gebruikte” kant om binnen te rijden (we komen immers uit het binnenland) dus hier zijn de uitgestrekte townships geconcentreerd. Dat varieert van best wel netjes uitziende “Mandela-huisjes” met veelal een zonneboiler op het dak en een satelliet-schotel aan de muur, tot triest stemmende bouwvallen van golfplaat en zeil. Het verschil tussen zwart en wit, arm en rijk in dit land went niet……

De snelweg N2 pikken we op aan de Noordkant van de stad – we hoeven dus niet door het centrum – en die brengt ons snel naar het Fynbos gebied. Heel bijzondere vegetatie, waar men hier erg trots op is. Het groen langs de wegen is prachtig onderhouden, en ontneemt ons daardoor wel het zicht op de Indische Oceaan waar we vlak langs rijden. Inmiddels is het ook tijd om te tanken. Langs de N2 zien we geen benzinepompen, maar wel staat soms op een toeristisch bord het teken van een pomp. We besluiten af te buigen naar een van die plaatsjes, maar dat blijkt best een eind van de weg te liggen. We zien huizen van duidelijk welgestelde Zuid-Afrikanen aan het strand, maar geen benzinepomp. Uiteindelijk “Gaby” maar gevraagd ons naar een pomp te brengen en dat lukt.

Een hele vriendelijke en nieuwsgierige jongen helpt ons, wil van alles eten over Nederland en zelfs als we hem vertellen hoe koud het daar is denkt hij aan een toekomst in ons NL. De wens om naar het Noorden te trekken zit diep…..

We pikken de N2 eigenlijk vrij makkelijk wee op. Als Gerard een stuk strand ziet bij een riviermonding proberen we daarbij te komen, maar als we na een kwartier “van de weg af” nog niets zien zoeken we onze route weer op. Als we de borden “Jeffrey’s Bay” zien komt het strandplan weer boven: Gerard heeft gelezen dat daar een mooi strand is. Dat blijkt inderdaad waar als we daar naar toe rijden. Schitterend schoon en geel zand, heel helder water en een krachtige golfslag van de Indische Oceaan. Meer dan even pootje baden doen we niet, maar het is wel een erg leuke stop.

We vervolgen de weg en zien opeens een hele diepe kloof als we over een brug rijden. Tijd voor een foto is er niet, maar direct na de brug is er een afslag naar een pompstation met winkeltjes en een toegangspad naar de brug. Daar zijn voetgangerspaden langs gemaakt en die lopen we even rond. Spectaculair uitzicht.

Daarna verder naar Knysna. Vrij makkelijk vinden we de lodge, die een beetje aan de rand blijkt te liggen. Mooie plek en een enthousiaste ontvangst door manager Erik, een echte Nederlander uit Grijpskerk die hier bijna 30 jaar geleden een nieuw leven is begonnen. Dat bevalt hem duidelijk goed.

De kamer is heel prima: goed bed, uitstekend sanitair en goede voorzieningen. Alles maakt een wel doordachte indruk. Het is allemaal niet meer supernieuw, maar smaakvol en netjes. Erik legt een en ander uit en we nemen een (korte) douche (ook hier is water erg schaars) en een wijntje op ons eigen terrasje.

Daarna gaan we het dorp in, naar het waterfront. Haventje met de typische sfeer die daar altijd hangt, winkeltjes, restaurantjes. We eten in een sushi/ Aziatisch restaurant heerlijke spring rolls en een uitstekende curry en rijden voldaan weer naar huis. 9 uur gaat het licht uit….