Dag 22 – maandag 25-2: Cape Town

Het werd een onrustige nacht. Een zeer rumoerige airco bleek eigenlijk ook niet echt te werken. Gerard heeft uiteindelijk een paar uur op de grond voor de airco geslapen, en uiteindelijk hebben we van plaats geruild in bed: Gerard aan de airco kant. Wel wat geslapen, maar uiteindelijk niet veel. Ook Ria had daardoor een beroerde nacht.

Opstaan is dan ook moeilijk, maar we halen het ontbijt. Dat is prima en zoals je verwacht bij een heel groot hotel: ruim buffet en veel keuze. Na het ontbijt melden we ons bij de receptie om over de airco te klagen. Dat pakken ze meteen op, en de opgetrommelde manager constateert dat dit niet simpel te verhelpen is. Ze gaan proberen een andere kamer voor ons te vinden. Ook vraag ik of ik met onze auto in en uit kan rijden uit de parkeergarage: wat rondrijden is een optie. Dat is voor Gerard niet heel aantrekkelijk, want het verkeer is chaos hier, maar wellicht wel een manier om iets van de rest van de stad te zien.

De hele vriendelijke receptioniste wijst op de hop-on hop-off bussen: veel makkelijker en niet duur. Terug op de kamer proberen we een plan te maken. Die bus lijkt een goed idee: we hebben een folder meegekregen en zien interessante routes. Een daarvan loopt langs het station van de Table Mountain Cable Car: dat willen we natuurlijk ook. Het is vrij helder, en warm: mooi uitzicht denken we. Dat wordt het plan: eerst een rondje “rode route”, dan een stukje “gele” (door de binnenstad) en daarna de cablecar.

We informeren de receptie dat we alles ingepakt hebben voor een eventuele verhuizing en gaan op pad. Een van de portiers wijst ons het opstappunt van de bussen en we kopen daar kaartjes. Het gaat allemaal vlot en geheel volgens plan rijden we het “rode” rondje: langs het kabelbaan station en de kust. Kaapstad wordt neergezet als de mooiste stad van de wereld, maar dat zien wij er niet aan af. Er is heel veel – een enkele keer wel erg fraaie – moderne nieuwbouw, maar vrijwel alles wat oud en karakteristiek was is gesloopt of staat midden tussen de nieuwbouw. Uiteraard is de ligging zeer bijzonder, in een kom tussen 3 bergen. En hoewel we wel iets meer mooie dingen zien dan in het kantorengebied rond ons hotel: Kaapstad krijgt ons niet te pakken, maar we kunnen ons wel voorstellen dat Zuid-Afrikanen met veel geld hier graag ergens in een mooie wijk aan de kust gaan wonen. Een soort mega Zandvoort: er zijn best wel mooie dingen (er is een heel leuk uitziende boulevard, en een hele serie mooie stranden) maar het algemene beeld is niet bijzonder mooi.

Het rijden in de bus is overigens erg plezierig: zonnetje, lekker windje, goed verstaanbare en leuke uitleg op de koptelefoon. Tijdens het rondje ontdekken we dat er geen opgeladen batterijen meer zijn. Gisteravond gewoon vergeten…. Dat is uiteraard een serieus probleem :-). We besluiten terug te gaan naar het hotel, om daar te kijken hoe het zit met de verhuizing, te lunchen en batterijen op te laden. De receptioniste meldt dat ze twee opties voor ons heeft: beide een appartement, en dat zonder meerkosten. Moeten we wel even samen met iemand van hen bekijken.

Gerard reserveert vast een lunchplekje, legt een batterij aan de lader en gaat dan de nieuwe kamers bekijken. Die zijn zeer ruim, en een ervan heeft een airco die het geweldig lijkt te doen. Dat wordt hem. We besluiten na de lunch direct te verhuizen. Zo gezegd zo gedaan, en als we ons in de kamer installeren blijkt de safe het niet te doen. Waarschijnlijk een kwestie van een batterij vervangen, want de deur zegt ba-lo. Weer naar de receptie, die stuurt de manager en die belt een techneut. Ook dat wordt weer snel opgelost.

Rond 3 uur kunnen we vanuit ons nieuwe appartement weer op pad. Om even te versnellen nemen we een taxi naar het kabelbaan station en rond 4 uur zijn we boven. Het uitzicht is inderdaad schitterend: dat is wel een heel bijzondere ervaring van deze stad. We lopen er wat rond – je kan hier dagen wandelen zien we al wel – maar besluiten na een klein uurtje even wat te drinken en dan af te dalen.

Daarna sluiten we aan in de rij. Tot grote ergernis van Gerard probeert een bijdehande Oostenrijkse gids haar hele groep (ca 40 man) langs de rij te loodsen. Als ik haar daar – tot ergernis van Ria, en geamuseerd gadegeslagen door een Frans stel achter ons – op aanspreek snauwt ze dat ze een afspraak hebben in “het restaurant”. Dat moet dan in de stad zijn, want aan het eind van de rij is alleen nog een winkeltje. Ze dirigeert de hele groep naar boven, voorbij de lange rij wachtenden. Net als de ergernis (niet alleen bij Gerard trouwens) wat is gezakt zien we de hele club weer terugkomen – en aansluiten achterin de nu nog veel langere rij. There is justice, lacht de Francaise, en als de akela langskomt en hiet niet kan laten om me toe te snauwen “are you satisfied now?” kan ik het niet nalaten om te antwoorden met een volmodig “Yes!”. Een half uur later horen we omroepen dat de groep naar de cablecar moet komen, maar als we zelf nog weer een kwartier later afdalen hebben we ze niet meer gezien.

We nemen de rode bus terug naar Front street, dicht bij het hotel. Het schemert intussen en de zonsondergang is fraai. We kennen de route, maar het is lekker afgekoeld en we genieten van de uitzichten. Teruglopend worden we – niet voor het eerst – lastig gevallen door een bedelaar. We moeten door een beroerd stukje van de stad: dat weten we en het is al aardig donker. Maar het is maar een paar 100 meter, dus nemen we de gok.

Dat blijkt toch niet handig. Het voelt ronduit onveilig op een gegeven moment, en de bedelaar volgt ons een heel stuk almaar vragen om eten of geld. Uiteindelijk bijt Ria hem toe “leave us alone” op een manier die ook bij hem indruk maakt en hij druipt af. Een Zuid-Afrikaanse man die iets achter a=ons aan loopt heeft het tafereel gezien en zegt eigenlijk als een soort verontschuldiging tegen on “they ruin it for everyone”. We beamen dat en Gerard zegt ook dat hij Capetown geen leuke stad vindt. Voegt daar wel aan toe dat het land prachtig is, wat de meneer duidelijk zeer waardeert. Hij is hier zelf ook op bezoek, en laat merken het wel ermee eens te zijn.

Eenmaal veilig in het hotel gaan we even naar de kamer. Het is inmiddels 8 uur. Ria kijkt foto’s, Gerard wil de spullen uit de auto halen om in te kunnen pakken. Dan blijken de autosleutels zoek! Lichte paniek. Meest waarschijnlijke scenario is dat ze in de kluis van de andere kamer zijn achtergebleven in alle haast bij het verhuizen. Receptie denkt wederom prima mee, regelt dat ik de oude kamer in kan, maar daar is geen sleutel….. Er zit niets anders op dan de hele bagage uitkammen en gelukkig blijkt dat ik die kennelijk bij het inchecken in de zwarte “electronica en papieren” tas had gegooid. Klein ding, dus in de dagen erna steeds verder naar de bodem gezakt. Tenslotte stond de auto gewoon in de garage. Ook goed van de receptie: als ik hem gevonden heb moet ik dat meteen melden. Ze houden de auto in de garage in de gaten… Maar dat is dus niet meer nodig, en ik haal de kofferbak helemaal leeg.

Als een en ander achter de rug is hebben we de puf niet meer om in te pakken. Dat doen we morgen wel: alle tijd. Vandaag gaan we alleen nog eten in het restaurant van het hotel (een goed verzorgd buffet met een gezellige kok erachter – en de laatste twee glazen uit de fles drinken we in het appartement. 10 uur is het licht uit.