Dag 23 – dinsdag 26-2: Cape Town en inpakken

We zijn rond 8 uur wakker, Gerard zelfs iets eerder. Als we allebei gedoucht hebben gaan we eerst ontbijten. Daarna worden de koffers gepakt. Is natuurlijk weer even passen en meten nu er wat extra souvenirs bijgekomen zijn, maar het gaat eigenlijk erg snel. Half 11 staan we bij de receptie om uit te checken en de openstaande bedragen (lunch, diner, parkeren) te betalen. Er is niets extra gerekend voor de verhuizing: klasse.

Idee voor de dag is in elk geval de “Chapman’s Peak Drive”: een van de mooiste stukjes autoweg in Zuid-Afrika langs de kust van het Kaapse schiereiland. Gerard heeft daarvoor thuis al een route uitgezet, die via een tankstation vlak bij het vliegveld eindigt bij de plek waar we de auto moeten inleveren.

De rit is inderdaad prachtig. Het is een tolweg waar de badge niet werkt, dus moeten we echt afrekenen. Dat is het echter helemaal waard, hoewel je voor 100% genieten eigenlijk de andere kant op moet rijden: de kust ligt westelijk. Als we het zuidelijkste puntje van de route bereikt om een uur of 1 hebben hebben we nog heel veel tijd. De auto hoeft pas om 21 uur te worden ingeleverd op het vliegveld.

We besluiten er eer rondje naar Cape Point aan vast te plakken. Dat is – blijkt later – de bergtop boven het feitelijke meest zuid-westelijke puntje van Afrika: Kaap de Goede Hoop. Hier komen de Indische en de Atlantische oceanen bij elkaar. Door de temperatuurverschillen in de golfstromen ontstaat een hele rijke vegetatie, die veel zeedieren aantrekt. Dat zien we bijvoorbeeld op weg ernaartoe bij Boulders Beach, waar een grote kolonie Jackass Pinguins huist. Je kan ze vanaf een soort loopbrug bekijken, en als je het echt wil (en een paar 100 ZAR aftikt) mag je zelfs OP het strand en de rotsen komen waar ze zitten. Het zijn koddige beestjes, die veel publiek trekken.

Tussen Chapmans Peak en Boulders Beach hebben we dan al een korte stop gemaakt in Simon’s Town. Een klein plaatsje met een piepklein strandje, een jachthaven en een opleidingscentrum van de Zuid-Afrikaanse marine. Hier nog wel heel veel oude bebouwing, en het maakte een kleurrijk en gezellig aandoend geheel. We eten op een lokaal terras een tosti met een milkshake, maar lopen ook echt even rond. Dit is vele malen sfeervoller en authentieker dan Kaapstad.

Na Simons Town en de penguins bij Boulders rijden we richting de zuidelijke kaap. Het blijkt dat het laatste deel door een best wel prijzig natuurgebied gaat, maar nu we er toch zijn besluiten we dit dan ook maar te doen. Het is een behoorlijk vlak gebied, begroeid met de typische fynbos begroeiing. We rijden eerst naar Kaap de Goede Hoop en stoppen even bij een klein strandje daar vlakbij met een hevige branding. Het natuurgeweld is hier goed te zien. Vlak bij Kaap de Goede Hoop lopen er opeens twee struisvogels langs de zeekant: dat is wel een bijzonder gezicht. Er is beneden niet heel veel te doen, maar gelukkig zijn er wel toiletten. Was FF nodig….

Daarna rijden we naar Cape Point, waar ook de vuurtoren staat. Daar is een heel netwerk van uitzichtpunten uitgezet en inderdaad: het is daar schitterend. We kijken wat rond, en besluiten met de “Furnicular” – een soort kabeltreintje naar boven te gaan: daar is het uiteraard nog mooier. Boven aangekomen zien we dat helemaal naar de vuurtoren nog een hele klim is: dat gaan we maar niet doen…. Wel kijken we op diverse punten rond en genieten van de vergezichten, die door het vrij heldere weer ook erg fraai zijn. Maar na een uurtje boven hebben we het wel gezien.

We zien een klein tentje waar ze softijs verkopen: daar hebben we wel zin in. We zijn nog maar net binnen of bij de buitendeur – waar een karretje staat waar ze warme “boerewors” verkopen – klinkt een harde knal. Twee vrouwen komen met brandende kleding naar binnen rennen. Gelukkig reageren de mensen die dicht bij de deur staan erg snel, en trekken letterlijk de kleren van het lijf. Met water uit de koelkast wordt eerst geblust, en daarna verschijnt ook een brandblusser. Het meisje van de kraam is kennelijk in haar gezicht geraakt, maar behalve wat geschroeid haar en heel veel schrik lijkt die OK. Minder goed is het met een bezoekster: die heeft haar arm verbrand. Dat doet ontzettend pijn – op zich een goed teken, maar daar ben je dan niet mee bezig – en er wordt geroepen om water, maar niet ijskoud. Daar reageert niemand op, dus pak ik het water uit onze rugzak. Daamee maken we wat inderhaast geregelde doeken om haar arm nat. Ze is heel erg overstuur, en Gerard regelt een kratje waar ze op kan gaan zitten. Als de EHBO is gearriveerd en de winkel gesloten gaan we dan maar naar de andere bar, om daar met twee wijntjes even bij te komen. We dalen af met de Furnicular (nauwelijks wachttijd) en rijden terug.

We pikken de door Gerard vooraf uitgezette route weer op. Die voert met een schitterende weg door de buitenwijken van Cape Town. Het loop tegen etenstijd, dus besluiten we uit te kijken naar een eettentje. De route – die ook zal leiden langs een tankstation om de auto nog even vol te gooien – blijkt echter al snel via 4-baans autosnelwegen richting vliegveld te leiden. Dat geeft geen goede kans op iets lekkers te eten.

We gooien het plan nogmaals om en besluiten dan toch maar naar het V&A Waterfront te rijden: dat staat perfect aangegeven. We vinden een parkeergarage onder een winkelcentrum, en als we daar uit lopen stuiten we direct op een prima uitziend Italiaans restaurant. Daar eten we uitstekend, en rond 8 uur pikken we – na enig gehannes – de uitgezette route weer op. Het tankstation is inderdaad lastig te bereiken als je de weg niet weet, maar met de navigatie erbij gaat het perfect.

Daarna nog even zoeken naar de inleverplaats van de auto, maar om kwart voor 9 – dus net op tijd – vinden we die ook. Voor ons staat een fraaie blondine, die nogal wat gedoe schijnt te hebben. Haar auto wordt eindeloos bekeken de man van de verhuurder. Een aansnellende collega bekommert zich om ons. Loopt één keer om de auto heen, noteert “everything OK” en wenst ons goede reis.

We zoeken de vertrekhal op, checken de bagage in, passeren alle controles moeiteloos en rond 10 uur zitten we op een lekker bankje te wachten tot we vertrekken. Het wordt een lange nacht.