Egypte – dag 04: dinsdag 11-3-08

Vandaag: de Bahariyya-oase verkennen en naar de Witte Woestijn.

De ochtend is gereserveerd voor een jeepsafari die ons door en rond de oase zal voeren. Omdat we met een paar 4-wheel drives zijn kunnen we ook kleinere weggetjes en woestijn rijden. Onze chauffeur is Mohammed, waarvan in de woestijn zal blijken dat hij echt talent heeft voor deze tochten. We starten met een stuk door de oase, waarin zichtbaar wordt hoe die er in de praktijk uitziet: bronnen (spontaan of gepompt), irrigatiekanalen, kleine akkertjes, palmboomplantages en onverharde wegen die vooral gebruikt worden door ezels. Dit is toch wel het echte “oase” gevoel: zandpaadjes, palmen en ezelkarren…..

We stappen al snel uit de auto en lopen over een van de zandpaden de oase in. Er wordt zeer inventief omgegaan met materialen: palmbladeren vormen een schutting, blikjes dienen als slot en een platgeslagen oliedrum is een perfecte deur. De oase leeft voor een belangrijk deel van de inkomsten uit de gele en bruine dadels die er verbouwd worden. Peter vertelt al lopend een en ander over de dadelteelt en de wijze waarop het water wordt verdeeld. Goede dadelpalmen leveren jonge scheuten, die simpelweg met de voeten in het water worden gezet om zo te wortelen.

We stoppen in een van de kleine nederzettingen in deze oase bij een oude, maar nog steeds in gebruik zijnde moskee. De toren is prachtig: een wrakke houten trans kan alleen bereikt worden met een half vergaan trapje in de toren. We kunnen erin, het interieur is schamel, maar de sfeer is toch wel die van een kerk. De rest van het dorpje laat zien dat de traditionele bouw in leem langzaam wordt verdrongen door bouwen met cementen stenen. De van oudsher bruine bebouwing maakt daarom steeds meer plaats voor witgepleisterde en vaak bont beschilderde huizen. Veel is half af: helemaal niet afgebouwd en onbewoond of deels gebouwd en bewoond. In Egypte betaal je pas belasting over een gereed huis: daarom wordt er vaak nooit helemaal afgebouwd…… Tuinen zijn een zeldzaamheid, maar soms zijn panden weelderig begroeid met prachtige bloeiende klimplanten.

We stappen weer in de auto’s en rijden naar een zoutmeer in de oase. Niet alle water dat naar boven komt is zoet: wordt er geboord dan worden alleen pompen geplaatst op zoetwaterbronnen maar waar spontaan zout water naar boven komt kan dat leiden tot een flink meer. Het dient als broedplaats voor muggen: als wij er zijn kan je de rode larven in grote hoeveelheden aan de rand van het water zien. Als ze uitkomen zijn ze naast voedsel voor de in grote getale aanwezige zwaluwen ook erg lastig voor de bezoekers. Een idyllisch plekje vlak bij het meer is ooit door een niet plaatselijk bekende functionaris gekocht van een slimme handelaar, die de jaarlijkse muggenplaag wijselijk niet had genoemd. Toen er eenmaal voor veel geld een hotel was neergezet bleek het onverhuurbaar in de muggen-maanden….. Het “Mosquito Hotel” zoals het nu is gedoopt fungeert nu soms als – duur – buitenverblijf voor de eigenaar….

Daarna volgt een rondje raggen in de woestijn. Mohammed kan zich even lekker uitleven en laat zien dat rijden op zand beslist niet simpel is. Soms is er een stevige ondergrond, maar opeens kan het omslaan in zeer los zand. Dan moet je gang hebben en houden anders kom je onherroepelijk vast te zitten. De woestijn is prachtig en zeer gevarieerd. Soms is het wel even slikken als er weer een kadaver wordt gepasseerd: die worden gewoon in de woestijn gedumpt om daar weg te teren en/of opgegeten te worden door aaseters.

Als we aan de andere kant weer de oase in rijden passeren we een kamelenfokkerij. Nou ja: kamelen en dromedarissen heten hier allemaal “camels” maar eigenlijk gaat het om dromedarissen. Ook hier geldt: de jonkies zijn schattig en vertederend. Sommigen zijn echt nieuwsgierig en laten zich gewillig aanhalen en aaien. Vooral Peter is populair bij de jonge beestjes.

Daarna rijden we langs een fraai uitzichtpunt, vanwaar een groot deel van de oase te zien is. Bij een nabijgelegen huisje zijn mensen op het land aan het werk en onder toeziend oog van papa klautert een klein meisje de berg op. Mevrouw wéét dat ze fotogeniek is en het is zeker niet de eerste keer dat ze toeristen verleidt tot het trekken van de camera’s… Maar het is echt een schatje, en met de wisselgeld-snoepjes die Elly nog in haar zak heeft is ze blij.

Na de lunch in het hotel in Bahariyya trekken we echt de woestijn in. De koffers gaan stevig op het dak, alleen de dagbagage en de slaapzakken blijven in de bus voor het grijpen. Doel is de Witte Woestijn, maar eerst komen we door anders gekleurde gebieden: een met fraai geel-roze-paars gekleurd gesteente en daarna de Zwarte Woestijn. Een grimmig, desolaat landschap van zwart gekleurd gesteente en rotsen waarvan de donkere kleur wordt veroorzaakt door een vulkanische toplaag. Er wordt gestopt bij een goed te beklimmen berg, die een schitterend uitzicht geeft over het landschap. De beklimming is steil en heeft een paar lastige passages, maar iedereen die het probeert komt boven en geniet – al puffend – van het uitzicht.

Iets verderop stoppen we bij Crystal Mountain, een rots vol bergkristallen. Na de desolate zwartheid een sprankelende verrassing…..

Dan rijden we de Witte Woestijn in. Een onwerkelijk landschap met een bodem die soms gewoon op een ijslaag lijkt. Overal zie je kunstzinnig gevormde kalksteenformaties, door water en wind geërodeerd tot een soort van gigantische paddestoelen. De bus gaat van de geasfalteerde weg en over een met keien aangegeven “veilig pad voor minibussen” hobbelen we echt de woestijn in. Met een 4-WD kun je uiteraard veel meer de woestheid opzoeken, maar ook langs dit gebaande pad is veel moois te zien en er wordt driftig gefotografeerd.

Ons kamp is al in aanbouw: een paar jongens van het hotel uit de Bahariyya-oase is ons vooruit gereden met tent, matrassen, dekens, matten, hout voor een kampvuur en eten. Ze zijn druk aan het voorbereiden, maar Peter stuurt ons meteen de berg op om van de zonsondergang te gaan genieten. Deze keer zijn we alleen met de eigen groep, hoewel je vanaf een hoger punt wel ziet dat er ook andere kampjes worden opgeslagen. Deze zonsondergang is mooi, en het wordt ook even echt stil. Het is weer opvallend hoe snel het laatste stukje gaat: je ziet de zon bijna bewegen. Over de witte vlakte is het een feeëriek gezicht…..

Weer bij het kamp aangekomen zijn de voorbereidingen voor het avondeten in volle gang. Het vuur brandt al en de matten liggen uitgespreid. De bedoeling is dat we straks allemaal een eigen plek zoeken om te slapen. Uiteraard is er geen toilet: dat is een kwestie van de woestijn in, gat graven, behoefte doen en dichtgooien. Als je even rondloopt wordt al snel zichtbaar wat favoriete plekken zijn: dat is een minder aspect aan het feit dat deze schitterende plek ontdekt is door de toeristen….. Eigenlijk moet je papier niet begraven maar meenemen en verbranden, maar Peter vertelt dat de meeste toeristen daar toch grote moeite mee hebben. Jammer.

Het kampvuur is leuk, er wordt gezongen en gedanst, maar wij zitten een beetje in de rook en zijn bovendien nogal moe. We zoeken dus al snel een plekje wat verder van de groep en installeren ons voor de nacht in de open lucht. De sterrenhemel is fenomenaal: het vochtgehalte in de lucht is gering en er is in de verre omgeving geen kunstlicht. De weg loopt op een paar kilometer afstand en daar rijdt ’s nachts niemand. De sterren stralen zo veel licht uit dat je ‘s nachts kilometers ver de woestijn in kunt kijken, ook al is het nieuwe maan (en dus geen extra versterking van maanlicht) …..