Egypte – dag 08: zaterdag 15-3-08

Aswan

Hoewel we er niet per sé vroeg uit hoeven, zijn we om 5 uur wakker. Levert een mooi plaatje op van de opkomende zon boven de stad. Om 8 uur vertrekken we met een nieuwe bus en nieuwe, zwijgzame chauffeur naar de dammen bij Aswan. Kamal – die ons de eerste week gereden heeft – moest terug naar Caïro om een andere groep door de woestijn te gaan rijden. De gids van de dag is Mohammed, een kleine Egyptenaar die een gedreven indruk maakt.

Over de oude Aswan dam, rijden we langs het vriendschapsmonument naar de nieuwe High Dam. De getallen zijn indrukwekkend: de basis is 980 meter breed, de top 40 meter, het Nasser (stuw)meer is 500 km lang. In dat meer liggen vele oudheidkundige sites, waarvan een aantal compleet verzwolgen zijn. Die zijn alleen met onderwater onderzoek nog te bereiken. Ook zijn er tempels verplaatst. Soms naar een geheel nieuwe setting zoals Abu Simbel waar we de volgende dag naar toe zullen gaan, soms ook gewoon naar een andere plek zoals de Isis-tempel van Philae. Al na de bouw van de eerste Aswan dam kwam dit complex – gewijd aan Isis, de godin van de liefde – op een eiland te staan. Bij de aanleg van de High Dam dreigde het geheel onder te lopen, waarna het nabijgelegen eiland Agilika werd ‘omgebouwd’ tot een kopie van de omgeving en de tempels hier naar toe werden verplaatst. Je wordt er met kleine bootjes naar toe gevaren en aan de steigers is het een gekrioel van mensen: toeristen, gidsen, schippers en uiteraard de op toeristische plaatsen alomtegenwoordige handelaren in allerlei souvenirs.

In de Nijl zijn bij Aswan enorme stuwdammen gebouwd om de rivier te reguleren. De eerste – die ook echt Aswandam heet – werd door de Engelsen gebouwd tussen 1898 en 1902 maar bleek ondanks twee verhogingen te klein en te laag om de rivier te beteugelen. In 1972 kwam de nieuwe High Dam gereed: aangelegd door de Russen, die er in die periode veel aan deden om vrienden in het Midden Oosten te houden. Het water in de Nijl is nu definitief beteugeld en wordt vastgehouden in het Nassermeer, een van de grootste kunstmatige meren in de wereld: 550 km lang. Het meer bedekt ook vrijwel alle resten van de Nubische beschaving. Een aantal tempels zijn verplaatst, maar het volk is noodgedwongen uitgeweken naar Sudan of Zuid-Egypte.

Het is een mooie tempel en eigenlijk onze eerste kennismaking met de naar later zal blijken redelijk standaard symboliek van de oude dynastieën. In de muren zijn reliëfs uitgehakt waarin lof wordt gezongen over de koningen en hun offers aan de goden worden vastgelegd. Soms zijn er ook reliëfs met afbeeldingen van normale werkzaamheden of bijzondere gebeurtenissen. De reliëfs worden nog steeds bestudeerd: op een trap in de mooi bewaarde westelijke galerij staat een Française nauwkeurig bepaalde taferelen over te tekenen. Mohammed doet zijn verhaal – op verzoek van Peter kort en krachtig – en geeft daarna ruim de tijd om op eigen gelegenheid deze site te verkennen. Het wordt al snel wat rustiger omdat de grote hordes al na een korte stop weer teruggaan. Dat geeft de mogelijkheid om ook wat foto’s met minder mensen te maken.

Terugvarend krijgen we nog een mooi uitzicht op het complex, waarna we worden afgeleverd aan de wal en langs de winkeltjes terug kunnen naar de bus. Die brengt ons naar de laatste stop van de ochtend: de onvoltooide obelisk. De omgeving van Aswan is heuvelachtig en de bodem bevat veel graniet, dat de oude farao’s al als bouwstenen voor tempels en obelisken gebruikten. Een mooi voorbeeld hiervan is een niet afgemaakte obelisk. Het hart van Mohammed blijkt meer bij bouwkunde dan bij archeologie te liggen want gedreven vertelt hij het verhaal van deze site. De obelisk, die 41,5 meter lang en 1,8 miljoen kilo zwaar geworden zou zijn, was bedoeld als de grootste van Egypte. Scheuren in het gesteente maakten dat het werk werd gestaakt toen er al veel gedaan was: achteraf een gouden mogelijkheid om de werkwijze te bestuderen. Het is inderdaad een immens brok steen dat er in de groeve – die overigens midden in de stad ligt – te zien is.

We worden afgezet bij Aswan Moon, waar Peter een toelichting geeft op het middagprogramma. De standaard Koning AAP excursie is een tocht met een felluka, gevolgd door een ritje op een kameel en een maaltijd bij een Nubische familie. Omdat hij deels in Aswan woont, gaat hij samen met zijn lokale vrienden een ander programma aanbieden. Dat begint niet met een tocht per felluka: die maken we later vanuit Luxor al en dan zeilen we meer dan een dag. We gaan met een kleine motorboot de Nijl op. Dat geeft namelijk de mogelijkheid de oorspronkelijke vegetatie in kleine kreekjes van dichtbij te bekijken. Ten zuiden van Aswan zijn de oevers vrij hoog, waardoor de rivier hier mooier en grilliger is dan stroomafwaarts. De dammen zijn niet voor niets bij Aswan gebouwd: de stad ligt op een plaats waar de rivier zich van oudsher een weg tussen rotsen door moest banen. Dat zien we ook aan de zwaar afgesleten stenen bij de vroegere stroomversnellingen. Overigens hebben die stroomversnellingen ook de naam gegeven aan een van de bekendste gebouwen in Aswan: het Old Cateract Hotel waar veel bekende Engelsen begin 1900 verbleven en Agatha Christie “Death on the Nile” schreef. Cateract is namelijk Engels voor stroomversnelling…..

De boot slingert zich door nauwe waterweggetjes en terwijl we genieten van de door Sadat geregelde broodjes met aubergine en falafel en het fruit van een lokale cateraar zien we overal vogels – onder andere ijsvogels – in het riet. Als de motor even wordt uitgezet is het helemaal stil om ons heen, op het gekwetter van de vogels na. Dit zijn plekjes waar een felluka niet kan komen, dus we zijn blij met Peter’s aanpassing van de excursie.

Als vervolg staat standaard een kamelentocht gepland, maar Peter geeft als extra optie om Kitcheners-eiland te gaan verkennen. Daar kun je tussen exotische bloemen en planten een wandeling maken in de botanische tuin. Aan de overkant van de rivier ligt het paleis en de graftombe van Aga Khan, gelegen tussen enorme zandduinen. Wij kiezen ervoor om de kamelen alleen maar even uit te zwaaien en varen met de boot naar het eiland. Daar is het heel druk met lokale families die op hun vrije dag een leuk uitje maken. Als je bijna twee meter bent val je in Egypte nogal op, en vandaag is dat wel erg merkbaar, maar niet op een vervelende manier. Giebelende tieners zijn overal hetzelfde: met of zonder sluier. Als ze moed verzameld hebben komen ze op je af en willen allemaal hetzelfde weten (of spreken niet meer Engels): “what’s your name”, “where are you from” en “how old are you”? Ook het kijken naar trefbal gespeeld door twee zwaar gesluierde teams is wel vreemd. De tuin is overigens leuk, maar lang niet zo perfect onderhouden als wij westerlingen gewend zijn. Maar het is er druk en gezellig.

We verlaten het eiland weer met “onze” boot en varen een eindje stroomafwaarts om de kamelenrijders weer op te pikken. Die blijken als we op de afgesproken plek aankomen nog boven op de berg te staan om een graftombe te bekijken, maar ze zijn snel beneden. We varen nog een stukje verder langs de Nijloever, die hier al heel vlak is en overal bebouwd wordt.

We leggen aan in de buurt van het dorp waar Sadat woont, en waar Peter logeert op zijn vrije dagen. De maaltijd bij een traditionele Nubische familie heeft Peter namelijk vervangen door eten bij Sadat!

Het dorp ligt aan de westkant van de Nijl, dus eigenlijk tegenover Aswan dat geheel op de oostelijke oever is gebouwd. We lopen door de landerijen naar het dorp: overal kleine veldjes met verschillende gewassen, weilandjes met ezels en een waterbuffel en kleine boomgaarden. Kleine zandweggetjes lopen langs irrigatiekanalen en verbinden alle veldjes. Nubische huizen zijn gebouwd rond een binnenplaats en als we passeren schieten overal kinderen tevoorschijn. Ria blijft wat achter en ziet een man op een kameel aankomen die ze op de foto wil zetten. Geheel naar Egyptisch gebruik ziet de berijder handel en hij weet Ria – zonder al te veel moeite overigens – op de kameel te praten en belooft haar bij Sadat’s huis af te leveren. Zo heeft Ria alsnog haar kamelenritje te pakken en ze torent hoog boven de groep uit. In al onze verwondering over het dorp lopen we het huis van Sadat voorbij en komen bij de wat meer officiële en geasfalteerde weg uit. Daar wachten we even en we zien hoe Ria’s kamelendrijver na het laten afstappen van Ria, het ‘samen op de foto’ moment (en het incasseren van de baksjiesj) even soepel voordoet hoe het eigenlijk moet. In één vloeiende beweging stapt hij op, laat de kameel razendsnel omhoog komen en galoppeert met soepele tred weg. Voordat we de camera klaar hebben is hij al verdwenen…..

Inmiddels heeft Sadat door dat we te ver gelopen zijn en hij steekt zijn hoofd om de hoek van zijn voordeur, een paar meter terug. De ontvangst is hartelijk: er liggen matten en kussen klaar en er is koffie en thee. Peter leidt ons rond en met verbazing en ook wel een beetje nadenkend zien we hoe het leven ook kan zijn. Er is heel weinig opsmuk, voorzieningen zijn slechts op een basisniveau aanwezig, de woorden afwerken en detailleren lijken onbekend. Het is duidelijk dat er weinig financiële middelen zijn. Tegelijkertijd is de vraag of die – als ze er wél zouden zijn – een bestemming in het huis zouden krijgen. De meesten zijn een beetje stil van alle eenvoud.

Sadat woont in het huis van zijn overleden ouders, samen met zijn zus en een nicht. Geen ongebruikelijke gezinssamenstelling: uithuwelijken gebeurt niet of nauwelijks meer maar trouwen is een dure aangelegenheid door de verplichte bruidsschat. Sadat’s zus heeft voor ons een overheerlijke linzensoep gemaakt, die wordt geserveerd met supervers afgeleverd brood van de dorpsbakker, heerlijke tomaten met feta-kaas en tonijn (uit blik van de supermarkt, meldt Peter voor de mensen die bang zijn voor de ‘vloek van de farao’s’). Sadat stelt ook zijn neefje en nichtje aan ons voor: twee onwaarschijnlijk fotogenieke schatjes die waarschijnlijk wel gewend zijn aan tien klikkende camera’s om zich heen maar toch heel verlegen wegkruipen. Maar er zijn vast weer een aantal schitterende portretten van de kids geschoten.

De maaltijd wordt besloten met koffie, thee en zoetigheid van de lokale bakker: heerlijk! Met spijt nemen we afscheid van Sadat’s familie, gelukkig heeft Guke nog een cadeautje bij zich. Want daar had natuurlijk niemand aan gedacht….

Voor de deur staan twee taxi’s klaar, of liever: twee jeeps met een laadbakje met banken. Die brengen ons naar het lokale veerpontje, dat ons overzet naar de andere kant van de Nijl. We zitten meteen weer in de hectiek van de stad: het contrast is gigantisch. Ik denk dat veel mensen net als wij meteen wel weer terug willen…. Als we om 8 uur terug zijn in het hotel merk je dat iedereen aan het denken is gezet: zo kan je dus ook leven – en gelukkig zijn.  We gaan heel vroeg naar bed: morgen om 4 uur de wekker voor de excursie naar Abu Simbel.