Egypte – dag 09: zondag 16-3-08

Vandaag op het programma: de excursie naar Abu Simbel

De meest imposante tempel in Zuid-Egypte is de tempel van Ramses II in Abu Simbel. Dit indrukwekkende rotstempelcomplex ligt eenzaam in de snikhete woestijn, 280 kilometer ten zuiden van Aswan, nabij de Soedanese grens. Het hele complex is in de zestiger jaren verplaatst omdat het, door de aanleg van de Nasserdam, onder water zou komen te staan. Om er te komen moet je bijna 300 km naar het zuiden en in deze regio kan dat volgens de regering alleen in konvooi. Stelt niets voor: al na een paar kilomter is het ieder voor zich, maar het betekent wel op een vaste tijd verzamelen. En dat is héél vroeg: 04:30! De wekker gaat dus om 3:15, wat ook echt voelt als midden in de nacht. 4 uur uit het hotel: zonder Mike want die is echt goed ziek. En hij had zich nog wel zo op deze tempels verheugd…..

Als het konvooi om half 5 wegsprint – het blijft lachen, al die haast –  is het nog donker, maar de zon komt al snel op. Mooi, maar schuin achter de bus dus lastig te zien. Iedereen probeert wat in de bus te slapen: woestijn hebben we nu al veel gezien en hoewel de rotsformaties soms echt mooi zijn, hebben de meesten hun ogen dicht. Om half 8 zijn we bij de tempels, een half uur later staan we – na kaartjes kopen en een sanitaire stop – binnen.

In eerste instantie zie je alleen een kunstmatige berg. De tempels van Abu Simbel zouden eigenlijk in het Nassermeer verdwijnen bij de aanleg van de High Dam, maar in samenwerking met UNESCO zijn ze verplaatst naar een nieuwe locatie. Als je de hoek omloopt kun je je opeens voorstellen dat dit een gigantisch project is geweest. Experts uit de hele wereld hebben meegewerkt om de tempel met haar vier 20 meter hoge kolossen van Ramses II 200 meter verder en 65 meter hoger weer op te bouwen. Dat is ook gedaan voor de aangrenzende tempel van Hathor, gewijd aan Ramses’ vrouw Nefertari. De hele verplaatsingsklus duurde vier jaar: nogal wat korter dan de oorspronkelijke bouw 2300 jaar geleden…..

De aanblik van de metershoge beelden is verpletterend: je kunt je goed voorstellen dat deze beelden indertijd een angstaanjagende indruk maakten op alle volkeren die vanuit het zuiden Egypte introkken en dit als eerste tegenkwamen. Behalve de beelden is overigens ook de rest van de tempels erg mooi, met schitterend uitgehakte tableaus. We proberen de grote toeristenhorde iets te mijden door éérst de iets kleinere tempel van Nefertari te bezoeken en hoewel het ook daar erg druk is lijkt dat een slimme zet. In de tempel van Ramses II kunnen we daarna redelijk op ons gemak rondkijken.

De terugreis begint al weer om 10 uur. Een vreemde tijd op het eerste gezicht, maar het is in april al warm rond die tijd in Abu Simbel dus hartje zomer is het er dan waarschijnlijk al niet meer uit te houden. Wel jammer is het feit dat we weer met het konvooi meemoeten en dus iedereen op hetzelfde moment weer vertrekt. Je droomt een beetje van ‘tussen de konvooien in’ rondkijken…. Op de terugreis slaat de vermoeidheid toe. Er wordt in de bus al veel geslapen en als we in het hotel komen willen we gewoon even douchen en slapen. De prachtig gevouwen handdoeken worden dus al snel weer uitgerold…..

Rond half 6 worden we wakker. Er is nog van alles te doen, maar we zijn gewoon moe en besluiten geen extra activiteiten meer te ondernemen. Géén Nubisch museum dus – dat wel erg mooi schijnt te zijn horen we later – en geen Old Cataract Hotel. De high tea in Agatha Christie’s Egyptische onderkomen was overigens ook niet toegankelijk voor toeristen: daar hebben we dus niets aan gemist. We besluiten tot een rondje bazaar/souk, die direct achter het hotel ligt. De uitstallingen zijn geweldig mooi, maar je voelt je al snel ongemakkelijk omdat het opdringerige gedrag van de handelaren je dwingt om onbeschoft te gaan doen. Ria heeft er iets minder last van, waarschijnlijk ben ik ook wel een goede bliksemafleider voor haar. Ze schiet een aantal mooie plaatjes, maar ik voel me hoogst ongelukkig bij het afsnauwen en bot doorlopen.

We lopen door naar Aswan Moon, waar we opnieuw gaan eten. Jaap en Guke blijken hetzelfde plan gehad te hebben en schuiven aan. We dineren al babbelend en drijvend op de Nijl en gaan daarna naar het hotel en weer slapen. Morgen gaan we varen: volgens Peter wordt dat de meest ontspannen dag van de reis.