Egypte – dag 12: woensdag 19-3-08

Vandaag ballonvaart en uitgebreid naar Luxor

Om half 4 gaat de wekker voor diegenen die meegaan met een extra excursie die Peter op ons verzoek heeft geregeld. Het was allemaal begonnen met een uit het AD geknipt krantenberichtje van Ma Cappers: de tip om ’s morgens de zonsopkomst vanuit Luxor te fotograferen in de richting van de westbank van de Nijl. Daar zouden dan allemaal ballonnen te zien zijn. Simpel redenerend dacht ik dat die dan waarschijnlijk wel vol zouden zitten met toeristen en daarom had ik Peter al in het begin van de trip gevraagd naar mogelijkheden en kosten. Het bleek erg simpel te regelen te zijn, zéér professioneel en veilig opgezet en bovenal: niet duur. Voor € 65,00 p.p. kon je bijna drie kwartier de lucht in. Even rondvragen leverde meer belangstellenden, waaronder Wim en Klaas die het ondanks hun hoogtevrees toch wel wilden proberen. Daarbij werden ze gesterkt door alle verhalen vanuit de groep: het zou echt mee moeten vallen.

Om 4 uur staat een busje van Sindbad Ballons voor het hotel en heel snel worden we naar een aanlegsteiger gebracht waar duidelijk méér groepen samenkomen. Met kleine bootjes worden we naar de overkant van de Nijl gevaren en ondertussen wordt koffie & thee met koek geserveerd en instructie gegeven. Aan de andere kant staan weer busjes klaar die ons naar de startplaats brengen. Het gaat allemaal razendsnel en geroutineerd, wat ook blijkt uit het feit dat er een cameraman meeloopt die ons filmt. We kunnen bij de organisatie meteen een DVD bestellen waarop onze vlucht is vastgelegd. Kost 100 Egyptische pond en we besluiten het voor die € 12,50 maar gewoon te doen, ondanks de verwachting dat het vooral standaardmateriaal zal zijn. Thuisgekomen zal blijken dat het toch nog een hele leuke DVD wordt, waar we als groep echt regelmatig zelf op te zien zijn.

Als we op het veld aankomen staan er al een paar ballonnen overeind, maar aan die van ons wordt nog gewerkt. Al met al staan er meer dan 10 ballonnen vrij dicht bij elkaar en verderop is nog een startplaats. Het is duidelijk big business….. Onze ballon heeft een bak met een middenstuk voor de gasflessen en de piloot. Daarnaast zit aan weerskanten een in tweeën verdeeld compartiment voor maximaal 12 passagiers. Aan de hand van onze gewichten worden we over de vier vakken verdeeld: we zijn zelf met 10 man en twee Japanners zijn aan onze groep toegevoegd. Klaas en Wim hebben hoogtevrees en die hebben het wel even lastig bij het instappen, maar laten zich overhalen om niet op het laatste moment af te haken. De piloot – die uiteraard geheel in stijl op het laatste moment komt aanscheuren in zijn 4-WD – begint snel met instructies voor de landing. Zal achteraf nergens voor nodig blijken, maar ook dat komt wel professioneel over.

En dan is daar het grote moment: paar keer een forse boost van de brander en we zijn los. Onze piloot is duidelijk een hoogvlieger en klimt zeer snel flink omhoog. Overal om ons heen zie je ballonnen op verschillende hoogtes en met verschillende vliegroutes, hoewel iedereen natuurlijk globaal dezelfde kant opgaat: met de wind mee. Het uitzicht vanuit de ballon is echt geweldig, en met uitzondering van het gebulder van de gasvlam – die overigens ook best wel warm is in je nek – en de klikkende fotocamera’s is het heel stil. We vliegen over velden en een klein dorpje en komen dan boven het dal der Koninginnen en de tempel van Hatsjepsoet. Dat zullen we later nog vanaf de grond zien. Het is echt heel leuk om vanaf boven te kijken: je ziet goed de opbouw van huizen en de structuren van dorpjes en landbouwgebieden.

Het lijkt wel of we al na een paar minuten de landing gaan inzetten, maar in feite hebben we dan al 40 minuten gevlogen. We komen neer aan de rand van de woestijn, waar de grondploeg al op ons staat te wachten. Het blijkt dat er van ons een dansje wordt verwacht op de vroege ochtend (het is nog maar 6 uur!) maar we zijn de beroerdsten niet en laten ons door de trommelende begeleider verleiden tot een soort van  polonaise op de landingsplaats. Zang en dans lijken verplichte nummers in dit land….. Wim en Klaas zijn net als alle andere opgetogen, maar zijn ook – terecht – heel trots op het feit dat ze deze stap gezet hebben. Helemaal safe voelde het niet, maar het was zo mooi dat ze dat er graag voor over hadden. Met een busje worden we teruggebracht naar de boot, die ons vervolgens vlak bij het hotel afzet. Als souvenir krijgen we een certificaat en een T-shirt (maatje XS of zo) maar het gebaar is leuk. De DVD’s blijken diezelfde middag al in het hotel te liggen: dat is echt snel werken!

We schuiven aan bij het reguliere ontbijt van de rest van de groep, die vandaag weer hebben kunnen uitslapen. Om 8 uur start het echte dagprogramma: Vallei der Koningen en de tempel van Hatsjepsoet in de ochtend en de tempel van Medinat Habu voor de middag. De bus brengt ons naar de vallei de Koningen en onderweg maken we kennis met onze gids in Luxor: Heba. Heba betekent “gift” en het blijkt een zeer enthousiaste vertelster te zijn, die met eigen illustratiemateriaal haar verhaal van tijd tot tijd extra duidelijk probeert te maken. En ze kan heel hard met haar vingers knippen om de aandacht vast te houden…..

We starten bij de vallei der Koningen. Toen steeds duidelijker werd dat piramides niet de slimste manier waren om grafrovers tegen te houden werd gezocht naar een betere oplossing. Tenslotte wilde men de koningen wel op een goede manier naar het hiernamaals sturen, dus met de gebruikelijke giften. Vanaf ca. 1500 v.C. werden – vanaf Thoetmosis I – alle koningen begraven in een strikt geheim gehouden dal diep in de heuvels. Werkers werden er gebinddoekt naar toe gebracht en verbleven lange tijd in een kamp op locatie en alleen een paar hogepriesters en de koningen kenden de locatie. Die was gekozen om een aantal redenen: zeer verscholen uiteraard, goede kwaliteit (kalk)steen, zeer droge en dus goed conserverende omstandigheden en een piramidevormige berg als afsluiting van het dal. Een optimale opgang naar de goden…..

In de regel werd met uithakken van een graf begonnen zodra een koning werd gekroond. Hoe langer de regeerperiode: hoe uitgebreider het graf. Het is niet duidelijk hoeveel graven er zijn: er wordt nog steeds ontgraven. Inmiddels zijn 62 graven ontdekt, die ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch vrijwel allemaal geplunderd bleken. Alleen de in 1905 ontdekte graven van Joeja en Toeja, de grootouders van Toetanchamon en het beroemde graf van hun kleinzoon – dat in 1922 werd ontdekt door Howard Carter – waren nog intact.

Toetanchamon was eigenlijk een onbelangrijke koning: hij werd benoemd op 10-jarige leeftijd toen zijn vader plotseling overleed en stierf al 9 jaar later. Waarschijnlijk is zijn graf inderhaast uitgehakt, met de ingang vlak bij het veel grotere graf van Ramses IV, waardoor grafrovers het over het hoofd hebben gezien. De onvoorstelbare schatten – tentoongesteld in het Egyptisch Museum in Caïro –  die gevonden zijn in zijn graf hebben er echter voor gezorgd dat het verreweg de bekendste koning is geworden. Het is niet echt voor te stellen hoeveel kostbaarheden in bijvoorbeeld het graf van Ramses II gelegen moeten hebben, die meer dan 50 jaar heeft geregeerd en stierf als een oude man.

Je mag met een toegangskaart drie graven bezoeken. Wij gaan eerst naar Toetmoses III: fysiek een uitdagende keuze is ons al verteld. De ingang van het graf ligt namelijk hoog tegen de berg aan, terwijl het daarna weer de diepte induikt. Het is er binnen bovendien bloedheet. De bewaker verdient dan ook aardig wat baksjiesj met een simpel stukje karton dat hij als waaier uitdeelt aan voorbijkomende dames. We hebben dan nog de mazzel dat we vroeg zijn: de klim naar boven doen we in de schaduw van de berg. Als we er weer uitkomen ligt de trap omhoog vol in de zon en dan is het helemaal zwaar. Maar wat is het mooi daarbinnen! De muurschilderingen, die toch echt al een paar duizend jaar geleden aangebracht zijn, lijken op sommige plekken nog maar net droog. Ook in de tomben van Ramses I en Ramses IV die we daarna bezoeken staan we versteld van de kleurenpracht en de ingenieus uitgehakte ruimten. Toetmoses III is daarin wel heel bijzonder: zijn grafkamer heeft de vorm van een “cartouche”. De rechthoek met afgeronde hoeken werd om hiëroglyfen heen getekend om aan te geven dat die tekst om de naam van een koning of god ging: Toetmoses heeft zijn hele graf zo geaccentueerd.  Rondlopend over het terrein kun je je voorstellen dat er mensen zijn die hun hele leven willen wijden aan het ontrafelen van de geheimen van de plek, al is het niet waarschijnlijk dat er nog een Toetanchamon site wordt ontdekt….

Om een uur of 11 vertrekken we uit het dal en rijden we naar de tempel van Hatsjepsoet (Hot Chicken soup volgens Heba’s ezelsbruggetje). Een tempelcomplex met een heel bijzondere vormgeving, gebouwd door bouwmeester Senenmoet tegen een steile rotswand. Het idee voor de bouw rond 1450 v.C. komt van de 500 jaar daarvoor op die plek gebouwde maar nu geheel vervallen tempel van Mentoehotep II. Hatsjepsoet, een van de weinige vrouwelijke heersers – en de bekendste – regeerde het rijk in een relatief stabiele periode, waarin met veel volken vrede werd gesloten. Toch wordt zij vaak als man (met een baard of behaard) afgebeeld, zoals ook in de beeldengalerij in haar dodentempel. In de tempel zijn grote en relatief zeer gave schilderingen te zien. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat vanuit de tempel een tombe gemaakt zou worden naar de nabijgelegen vallei der Koningen maar dat bleek door de instabiele steen niet mogelijk. Hatsjepsoet is daarom waarschijnlijk gewoon bijgezet in de vallei der Koninginnen…..  

We lunchen in de buurt van onze ‘middagtempel’ in een zeer fraai restaurant. Schoon, groot en met bloemen overwoekerd terras, heerlijke drankjes en lekker eten. Het is er zeer gezellig en daarom loopt het programma flink uit. Als we tenslotte naar de tempel van Medina Habu vertrekken is het al over twee uur. Het is een weinig bezochte tempel, dus het is er erg rustig. Het is echter een groot complex: alleen Karnak is groter. Grootste tempel is de dodentempel van Ramses III. Opvallend zijn de bolle kolommen en  een aantal muurschilderingen die erg goed bewaard zijn gebleven. Gids Heba wijst ook op een opvallend detail: van Ramses III zijn de hiëroglyfen zéér diep in de muren gegraveerd. Hij heeft dit gedaan om te zorgen dat zijn tempels niet konden worden ‘overgenomen’ door een opvolger, zoals bij vele andere wel gebeurd was, o.a. door zijn voorganger Ramses II.

Op de terugweg rijden we langs de kolossen van Memnon. De twee 18 meter hoge beelden hebben ooit voor Amonhoteps dodentempel gestaan, waarschijnlijk de grootste ooit gebouwd. Maar door ‘hergebruik’ door latere koningen en overstromingen is de tempel verdwenen en staan alleen deze beelden er nog. Op het terrein zijn opgravingen aan de gang in de hoop meer van de tempel bloot te kunnen leggen. De naam komt van de Griekse god Memnon. In 27 v.C. waren de beelden tijdens de grote aardbeving beschadigd en elke morgen was er – waarschijnlijk veroorzaakt door de wind – een geluid hoorbaar. De Grieken schreven dat toe aan Memnon, die zijn moeder Eos, de godin van de dageraad, elke ochtend op die manier begroette. Veel Romeinen kwamen naar de zingende beelden kijken en er werden ook verhalen over geschreven. In 199 werden de beelden gerepareerd in opdracht van keizer Septimus en daarna was het geluid verdwenen en restte nog slechts de reusachtige gestalten.

Thuis gekomen treffen we weer twee kunstig gevouwen handdoeken aan. We frissen ons op en lopen Luxor in. We willen een extra geheugenkaart en als het lukt ook een nieuwe batterij voor de camera kopen. We hebben die morgen op de terugweg van de ballonvaart door een overdekte markt gelopen waar we een camerawinkel hebben gezien. Er waren ook winkels met glazen parfumflesjes: daarvan wil Ria er graag een paar als souvenir meenemen. Om 7 uur was het daar natuurlijk nog rustig, maar nu is iedereen open en begint het aandacht trekken weer. Ik heb er met Peter over gesproken dat ik ervan baal dat ik me als een hork moet gaan gedragen. Hij geeft het advies om het meer als een spel te beschouwen en gewoon over me heen te laten komen. Dat doen we en het werkt: uiteindelijk zitten we heerlijke koude Karkadee te drinken bij een verkoper van parfumflesjes nadat we bij zijn zwager een kaart en batterij hebben gekocht. Zelfs later in de bazaar gaat het goed: ik kan lachen om de vele handelaren en speel het spel zelfs een beetje mee. Uiteindelijk eten we in een restaurantje in de bazaar en gaan weer redelijk op tijd naar bed. Vanaf morgen wordt het echt zwaar: een dag rondkijken, daarna de nachttrein naar Cairo, gevolgd door weer een lange dag en een nachtelijke terugvlucht. Even energie tanken dus……

Helaas blijkt dat voor mij anders uit te pakken. De vloek van de Farao’s heeft me dan uiteindelijk toch te pakken (de koude thee in de Bazar misschien?) en vanaf een uur of 3 ’s nachts ren ik regelmatig naar het toilet, om daar compleet leeg te lopen. Het gaat echter zonder veel andere problemen: geen krampen, geen pijn, niet misselijk.