Egypte – dag 14: vrijdag 21-3-08

Caïro

De laatste uren voor aankomst in Cairo kijken we in de trein naar wakker wordende mensen om ons heen en de opkomende zon. Om 7 uur stappen we uit bij station Gizeh, net voor Cairo Centraal. De bus staat al op ons te wachten en brengt ons naar het bekende Pharao’s hotel, waar we tot ’s avonds laat een kamer hebben. Tenslotte vliegen we vannacht al weer terug….. 

Maar voor het zover is hebben we nog een druk programma. Eerst frissen we ons even op: toch wel lekker een eigen kamer, ware het niet dat de kamers nog niet beschikbaar zijn en we ons dus qua douchen even moeten behelpen met een dames en een herenkamer. Na een heel verkwikkende douche wacht het ontbijt.  Ria maakt daarna een paar plaatjes in de omgeving en we lopen nog even een klein stukje – helemaal alleen, eigenlijk zeldzaam deze reis – de stad in. Het is nog voor 8 uur, en er rijden eigenlijk alleen taxi’s rond. Die stoppen of roepen allemaal: handel is lastig te krijgen op de vroege morgen. Maar we willen gewoon even lopen….

Om half negen staat de bus klaar om ons naar de Citadel en de moskee van Mohammed Ali te brengen. Mooi, maar feit is dat iedereen gewoon te moe is om echt van alle details te genieten. Wel bijzonder is het gesprek dat op gang komt als we samen met Amira gewoon in een kring ergens in de moskee gaan zitten om rond te kijken. De voorbereidingen voor het vrijdaggebed zijn in volle gang, stofzuigers zoemen om ons heen en alles wordt opgeruimd. We praten over geloof, het hedendaagse Egypte, de spanningen tussen de godsdiensten: Amira is heel open, zeer helder in haar uitleg en erg geïnteresseerd in onze meningen. Eigenlijk een van de weinige ontspannen gesprekken met een Egyptenaar: het programma is daarvoor toch wel heel druk. Achteraf waren de dagen in de woestijn en Aswan daar beter geschikt voor geweest, maar daar is de natuur allesoverheersend…..

Daarna gaan we naar beroemdste bazaar van Caïro: de Khan el-Khalili in het oude gedeelte van de stad. Het is feitelijk een doolhof van allemaal héél kleine steegjes, maar Amira loodst ons direct naar een mooi café met terras waar Peter al op ons wacht met heerlijke broodjes als lunch. Het is propvol maar op de een of andere manier vindt iedereen een plekje. We eten de broodjes samen met de ter plekke bestelde drankjes: in Egypte geen probleem. Daarna gaan we ondanks de vermoeide benen toch even de wirwar in. Van alles te zien en te koop: veel standaard toeristische dingen maar opeens zien we in een winkel “Groeten uit Holland” klompjes hangen…. Na wat rondkijken – “kijken, kijken, niet kopen” is ook hier een gevleugelde uitdrukking voor Nederlanders – zoeken we het terras weer op. Tenminste: dat proberen we, maar dat valt niet mee. De lampen blijken uit te zijn: het ziet er meteen héél anders uit. Ik probeer ook nog even een openbaar toilet: de darmen zijn nog steeds niet echt in orde. Eigenlijk valt het me nog mee: er is stromend water en iedereen lijkt bezig het zo schoon mogelijk te houden….. Terug op het terras praten we wat met onze tafelgenoten: een Libische meneer met zijn zeer fraaie en verlegen dochter. Ze wachten op de rest van de winkelende familie…. We mogen haar op de foto zetten en al spoedig arriveert de rest van het gezelschap. Als tegenprestatie bied ik aan zijn drankje af te rekenen omdat hij weg wil terwijl de bediening lang op zich laat wachten. Dat wordt in dank aanvaard.

Slotakkoord van de reis is het Egyptisch Museum. Het zou dagen kosten om alles te bekijken en we hebben maar een paar uur. Er zijn letterlijk miljoenen zaken uit het faraonische verleden opgeslagen. Amira doet haar best ons in vogelvlucht de belangrijkste en interessantste dingen te laten zien, maar met name Ria kan nauwelijks nog op haar benen staan. De hoogtepunten worden in het rondleidschema ingepast: de schatten van Toetanchamon, waaronder het wereldberoemde gouden dodenmasker en de mummies van de beroemdste farao’s, die in een speciale afdeling te zien zijn. Die zalen bezoeken we op eigen gelegenheid omdat daar vanwege de grote drukte geen gidsen mogen komen. Het is prachtig allemaal maar we worden gaandeweg steeds vermoeider door enerzijds gewoon lamme benen maar anderzijds door de geweldige hoeveelheid indrukken. Onze ‘harde schijf’ is echt helemaal vol. Aan het eind van de rondleiding mogen we op eigen gelegenheid nog verder rondkijken, maar al na een kwartier zijn we gewoon te moe en zoeken het restaurant op. Daar zit bijna de hele groep al: net als wij gewoon op. Ria heeft het even te kwaad van vermoeidheid: iedereen kan dat goed begrijpen.

We zijn blij als de bus ons weer naar het hotel brengt waar nu wel echt voor iedereen kamers beschikbaar zijn. Ria gaat liggen maar is heel teleurgesteld dat ze niets meer in de winkel heeft kunnen kopen: ze had Renée met een prachtig tasje gezien dat wel heel leuk voor de boterhammen zou zijn. Ik besluit haar op te vrolijken en neem een taxi terug naar het museum. Betaal natuurlijk te veel, maar dat kan even niets schelen. De chauffeur waarschuwt keurig dat het al kwart voor 5 is en dat het museum om 5 uur sluit, maar ik wil alleen maar naar de winkel en die gaat vast later dicht. Gelukkig hoef je daar niet opnieuw een kaartje voor te kopen…… Ik kijk rond naar wat ik wil kopen maar zie dat alle aankopen in lullige plastic zakjes gaan, ook de dure dingen. Géén tasjes dus….. Ik koop er dus maar niets en ga kijken in een boekhandel aan de overkant van de straat. Daar verkopen ze wel tasjes, andere weliswaar maar toch. Die neem ik mee en als ik naar buiten loop en rondkijk naar een taxi is mijn vriend van de heenreis nog in de buurt. Voor hetzelfde – veel te hoge – bedrag brengt hij me weer terug en geeft me een set ansichtkaarten, waarschijnlijk als compensatie voor het te veel betaalde….. Het kan me helemaal niets meer schelen: ik wil ook even uitrusten.

We hebben afgesproken de laatste avond met zijn allen te gaan eten. Diverse mensen maken het voorbehoud “als ik het kan opbrengen” want iedereen is bekaf. Maar op het afgesproken moment staan we er allemaal en met 5 door Peter georganiseerde taxi’s gaan we naar het restaurant. Peter had ons laten kiezen: sfeervol, gezellig of lekker en goedkoop echt Egyptisch eten. Het is het laatste geworden en we lopen binnen bij een Egyptische versie van McDonalds. Allemaal kleine hapjes, apart te bestellen, die zittend aan lange tafels kunnen worden opgegeten. We doen flink ons best maar krijgen met geen mogelijkheid alles op waar we voor een paar Euro recht op hebben. We nemen ook formeel afscheid van Peter: de gebruikelijke enveloppe met inhoud – geregeld door Klaas  – wordt door mij overhandigd. Namens de groep complimenteer ik Peter nog een keer met zijn manier van werken en noem hem een Nubische Groninger: het relaxte van Nubië en de nuchterheid van Groningen. Een geweldige combinatie in zo’n ingewikkeld land als Egypte. Ik stel voor om een website te maken waar iedereen zijn beste 10 foto’s kan publiceren en dat valt in goede aarde.

We sluiten de reis definitief af met een wandeling door Cairo naar een café voor een laatste borrel. Dat is niet zo vanzelfsprekend: alcohol blijft geen standaard verkrijgbaar product. In een kroeg die we zelf nooit zouden vinden  – in een verder lege passage – schuiven we aan de bar. Bij het bestellen ontdekt Ria dat ze een wel heel bijzondere lokale whiskey schenken: The Auld Stag! Die moeten we natuurlijk proberen en hij blijkt erg zacht. Na een glaasje hebben we het echter wel gehad en we stappen samen met Jaap en Guke in een taxi naar het hotel. Nog even liggen…..